Ontlastingsklachten:

 

Obstipatie / Verstopping


Obstipatie betekent dat men moeilijk ontlasting kan lozen. Het kan zijn dat de oorzaak in de darm ligt, een traag werkende darm, maar ook dat door het niet goed kunnen ontspannen van de bekkenbodemspieren de darm niet optimaal geopend kan worden.
Ook bij obstipatie is de samenstelling van de ontlasting weer belangrijk. Hoe harder de ontlasting, des te moeilijker is deze te lozen. Ook bij obstipatie is het toiletgedrag belangrijk.
Veel mensen persen tijdens het ontlasten paradoxaal. Dat wil zeggen dat ze willen ontlasten door druk te geven maar tegelijkertijd hun bekkenbodemspieren aanspannen en daarmee hun darm afsluiten.

We praten over obstipatie wanneer men minder dan drie keer week ontlasting heeft, de ontlasting manueel moet ondersteunen en men in meer dan een kwart van de gevallen moet persen, harde ontlasting heeft, niet het gevoel heeft leeg te zijn na toiletgang of het gevoel heeft van een anale blokkade.

De bekkenfysiotherapeut zal u leren op de juiste wijze te ontlasten door een goede perstechniek aan te leren waarbij de bekkenbodemspieren ontspannen. Het kan nodig zijn dat men eerst leert hoe men de bekkenbodemspieren kan ontspannen. Indien nodig overlegt zij met de arts over laxantia.

De bekkenfysiotherapeut kan het oefenen van de bekkenbodemspieren ondersteunen met het gebruiken van de myofeedback,  of de rectale ballon.
Naast het oefenen van de bekkenbodemspieren kan de bekkenfysiotherapeut de darmwerking beïnvloeden door buikmassage of elektrostimulatie op de zenuwen van de darm. Ook dit zijn bewezen effectieve therapieën.

 

Fecale incontinentie / ontlastingsverlies


Verlies van ontlasting is een vervelende en sociaal beperkende klacht. Het niet goed functioneren van de bekkenbodemspieren kan één van de redenen zijn waarom men ontlasting verliest. Wanneer de bekkenbodemspieren niet in staat zijn de darm af te sluiten, wordt ontlasting verloren.
Daarnaast is de samenstelling van de ontlasting belangrijk. Hoe dunner de ontlasting, des te moeilijker deze op te houden is. Maar ook obstipatie kan op den duur tot ontlastingsverlies leiden.
Ook bij deze klacht is het toiletgedrag belangrijk.

Daarom kan de bekkenfysiotherapeut u helpen bij het verbeteren van het ontlastingsverlies. Zij werkt met u aan het verbeteren van het functioneren van de bekkenbodemspieren en van het toiletgedrag. Ook bespreekt zij de samenstelling van de ontlasting en overlegt met de arts of medicijnen om de ontlasting in te dikken een oplossing zijn. Ook kan ze met de arts of met de continentieverpleegkundige overleggen of andere methodes bijvoorbeeld, darmspoelen, opvangmateriaal of een anale tampon, kunnen bijdragen aan het verbeteren van het ontlastingsverlies.

De bekkenfysiotherapeut kan het oefenen van de bekkenbodemspieren ondersteunen met het gebruiken van de myofeedback  of de rectale ballon. Indien de bekkenbodemspieren erg zwak zijn, kan elektrostimulatie worden toegepast.

Een aparte vorm van fecale incontinentie is het verlies van windjes. Ook dit kan liggen aan het functioneren van de bekkenbodemspieren. De bekkenfysiotherapeut leert u in dit geval de bekkenbodemspieren op de juiste manier op het juiste tijdstip aan te spannen.

 

Stress-incontinentie:

Je verliest ontlasting als gevolg van een buikdrukverhogend moment zoals hoesten, niezen of springen. De oorzaak is vaak dat de druk in de buikholte groter wordt dan dat de bekkenbodemspieren kunnen weerstaan.

  

Fecale urgency / drang op de ontlasting

Drang op de ontlasting betekent dat er vaak drang op de ontlasting ontstaat. Dit kan loze drang zijn of drang waarbij men steeds kleine porties ontlasting loost. De oorzaken kunnen zijn:
Diarree: bij diarree ontstaat altijd een heftige drang op de ontlasting. Dit ligt aan de prikkelende stoffen die in de diarree zitten.
Een te gespannen bekkenbodem: een te gespannen bekkenbodem reageert niet goed op de signalen van de darm en geeft vaak drang.
Een beschadigde bekkenbodem: wanneer een deel van de bekkenbodem beschadigd is en niet meer optimaal kan functioneren, wordt de kracht van de bekkenbodem om de darm af te sluiten minder en de drang als heftiger ervaren.
Een te zwakke bodem kan de darm minder goed afsluiten maar, belangrijker nog, de bekkenorganen niet goed ondersteunen. Hierdoor ontstaat een zogeheten perineal descent: de organen zakken en masse naar beneden en geven een gevoel van veel druk. Door sommige mensen ervaren deze druk als drang.
Een enterocèle / verzakking van de dunne darm kan loze drang geven door de voortdurende druk die deze geeft op de anus of de bekkenbodem.
De bekkenfysiotherapeut onderzoekt eerst de oorzaak van de drang. Wanneer deze in het functioneren van de bekkenbodemspieren ligt, zal ze deze met u oefenen. Indien het aan de samenstelling van de ontlasting ligt, zal ze met de arts overleggen over medicijnen de ontlasting in te dikken.

  

Gecombineerde incontinentie:

Dit is een combinatie van de twee hierboven genoemde vormen.

De verloren hoeveelheid kan variëren van een kleine streep in de onderbroek tot complete ontlasting. Ook kunnen de klachten wisselen afhankelijk van de dikte van de ontlasting. Als de ontlasting normaal of hard is, is er geen verlies. Maar is de ontlasting dun(ner), dan ontstaan er problemen. Voedingsadviezen zijn ook hier belangrijk om de ontlasting zo optimaal mogelijk te houden.

 

Fissuri ani (=snee in de anus)

Deze klacht kan ontstaan door harde ontlasting of door verminderde kwaliteit van de slijmvliezen van de darm. (Veel) pijn en soms bloed bij de ontlasting zijn de kenmerken van deze klacht. Door een langdurig te hoge spierspanning wordt de doorbloeding belemmerd. Hierdoor kan verzuring  ontstaan in de spieren van de bekkenbodem, maar ook in andere delen van het onderlichaam. De slijmvliezen van de darm worden kwetsbaar en beschadigen sneller.

  

Aambeien

Deze ontstaan vaak door een verkeerde perstechniek of, bij vrouwen) tijdens de bevalling. Door het harde persen worden de bloedvaten in anus/rectum (=laatste deel van de darm) naar buiten gedrukt. Afhankelijk van de duur van het persen, de kracht en frequentie van het, verkeerde, persgedrag worden de aambeien steeds erger. Ook erfelijke aanleg kan een rol spelen. De bekkenfysiotherapeut begeleidt u om een goede perstechniek aan te leren en de ontlasting zo optimaal mogelijk te krijgen. Frequent harde ontlasting werkt aambeien in de hand. Dit zal ook aangepakt moeten worden om de klachten verminderen te krijgen.